Categorieën
Jezus van Nazareth Koninkrijk

Wat kunnen wij doen aan het drama van Moria op Lesbos?

Ik las zojuist een artikel op CIP over de reactie van een aantal christenen op het beleid van de overheid om maar honderd vluchtelingen op te nemen.

In eerste instantie las ik de verontwaardigde reacties van diverse christelijke BN’ers met instemming. Hoe haalt de overheid het in haar hoofd om nu maar honderd vluchtelingen op te nemen en om vervolgens die honderd van het aantal in de toekomst op te nemen vluchtelingen af te halen? Alsof men koehandel aan het bedrijven is, schandalig!

Ik begrijp deze reacties helemaal. Als we zelf praktisch gezien weinig tot niets kunnen doen, dan in elk geval toch onze stem verheffen en onze verontwaardiging laten blijken?! En het moet ook zeker gebeuren dat deze acute nood van duizenden mensen onder de aandacht wordt gebracht in de hoop de politiek op andere gedachten te brengen. Maar daar gaan we de onderliggende oorzaken niet mee oplossen. Het blijft dweilen met de kraan open. Terecht vroeg iemand – in een niet mis te verstane reactie – zich af: “Waar is de hedendaagse Martin Luther King met een droom?

Die uitspraak deed mij direct denken aan Jezus van Nazareth. Als er iemand in de menselijke geschiedenis is geweest die zich de nood van mensen aantrok dan Jezus wel. Hij was zelfs bereid om de verkondiging van zijn boodschap met de dood te bekopen. En welk doel had hij met zijn boodschap voor ogen?

Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren.” (Lukas 4:19)

En hoe dacht Jezus deze boodschap waar te maken? Hij riep mensen op zich te bekeren, omdat het koninkrijk van God nabij was (letterlijk: binnen in hen was). En deze boodschap is heden ten dage nog net zo actueel, misschien wel actueler dan ooit.

Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht (als van dynamiet) van God tot behoud (soteria) voor een ieder die gelooft.” (Romeinen 1:16) En daarbij gaat het niet alleen om het geestelijke behoud van mensen, maar juist ook om bevrijding van – en herstel van de gevolgen van – de collectieve vloek van zonde en dood waar we op aarde mee te maken hebben.

Nog steeds verwacht het merendeel van de christenen het herstel van alle dingen in de toekomst nadat Jezus van Nazareth op de wolken zou zijn teruggekomen. Deze toekomstverwachting heeft zeker iets moois in zich, maar we doen er de boodschap van Jezus geen recht mee! Sterker nog, we ontkrachten ermee de oproep van Jezus tot bekering. Zijn boodschap was onmiskenbaar gericht op het hier en nu, op het koninkrijk van God dat binnen in ons is. Dat koninkrijk kunnen we hier en nu zichtbaar maken door ons te bekeren. Dat was de boodschap van Jezus, pur sang.

Hoe eerder wij ons bekeren, hoe eerder we de onmenselijke en ondraaglijke situaties – zoals die zich momenteel op Lesbos voordoen – uit de wereld kunnen helpen. Iedere dag dat we langer wachten met het gehoor geven aan de oproep tot bekering, is er één te lang!

Jezus van Nazareth had een droom en die droom klinkt nog steeds hetzelfde: “Bekeert u, want het koninkrijk van God is binnen in u!“. De vraag die zich opdringt is wat die bekering waar Jezus toe opriep dan concreet inhoudt.

Laten we daarvoor even teruggaan naar het begin. De mensheid is onder de vloek van zonde en dood terecht gekomen doordat men kennis kreeg van goed en kwaad. Het hele systeem van het oude verbond – met als kern dat men vergeving van zonden op grond van een offer kon ontvangen – was gebaseerd op de kennis van goed en kwaad. Tegen deze achtergrond riep Jezus zijn volksgenoten op: “Bekeert u van deze uiterlijke ceremonies, want het koninkrijk van God is binnen in u.

Binnen het koninkrijk van God wordt er niet gezondigd (1 Johannes 3:9) en hoeft er niet geofferd te worden. In het koninkrijk van God doet men niet aan goed en kwaad en laat dat koninkrijk van God nu binnen in ons zijn. Zolang we ons bewustzijn echter blijven vervuilen met de kennis van goed en kwaad, zal de vloek van zonde en dood van kracht blijven en zullen we de gevolgen van deze vloek op aarde blijven zien. We dienen ons te bekeren, ons bewustzijn te reinigen van dode werken. De dode werken van onszelf en elkaar veroordelen op grond van de kennis van goed en kwaad.

Vanaf het moment dat we gaan geloven in datgene wat we nog niet zien (het koninkrijk van God, Christus in ons) begint onze bijdrage aan het zichtbaar worden van het koninkrijk van God op aarde. En dit geloof vraagt om een radicale bekering in ons denken. Een bekering van het denken in goed en kwaad, op grond waarvan we onszelf en de wereld om ons heen veroordelen, naar een wandel in het Licht waar goed en kwaad geen rol spelen. De oproep tot bekering gaat gepaard met de oproep om te geloven in datgene wat we met onze natuurlijke ogen (nog) niet zien (Hebreeën 11:1) en in onze stoutste dromen misschien zelfs niet durven geloven.

Dat brengt mij terug bij alle reacties van de christelijke BN’ers. Er klinkt diepe verontwaardiging in door over het diep tragische leed dat zoveel mensen, die al zoveel leed hebben moeten doorstaan, treft en die verontwaardiging is meer dan terecht! Tegelijk proef ik harde veroordeling op basis van goed en kwaad richting de overheid, maar ook richting de vluchtelingen die de brand zelf veroorzaakt zouden hebben. Ik heb geen enkele behoefte om deze reacties te veroordelen, maar ik wil er mee aangeven dat zolang we ons niet bekeren van het denken in goed en kwaad, het er in de toekomst niet beter op zal worden.

We (en die oproep richt ik ook tot mijzelf!) dienen ons te bekeren van een wandel vanuit het vlees naar een wandel in de Geest.

Hij heeft ons bekwaam gemaakt om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des Geestes, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
(2 Korintiërs 3:6)

Laten we ons daarom bekeren van het wettische systeem van het oude verbond (lees: wet – overtreding – schuld/oordeel – offer – vergeving/genade), dat gebaseerd is op de kennis van goed en kwaad, naar het nieuwe verbond, dat gebaseerd is op de radicale genade van Christus, die alles en in allen is (Kolossenzen 3:11). Zo kennen wij dan vanaf nu niemand meer naar het vlees (2 Korintiërs 5:16).

Zodra we onze ‘binnenwereld’ laten bepalen door de volheid en genade van Christus, zal de opstandingskracht van Christus in onze ‘buitenwereld’ zichtbaar en tastbaar gaan worden.

Moeten we in de tussentijd met ons hoofd in de wolken lopen en ons verder niets aantrekken van wat er op Lesbos gebeurd? Nee, zeker niet! We moeten doen wat onze hand vindt om te doen. Maar zonder veroordeling naar onszelf en naar anderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *