Categorieën
Bijbelstudie

Ons lichaam als tempel van Gods Geest

Paulus noemt het lichaam van de mens een tempel van de Geest van God. “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?” (1 Korintiërs 3:16)

Het woord ‘tempel’ is de vertaling van het Griekse ‘naos’. ‘Naos’ heeft alleen betrekking op het vaste gebouw van de tempel, zonder het voorhof en de buitengebouwen. De ‘naos’ was alleen het heilige en het heilige der heiligen met daartussen het voorhangsel.

Het heilige van de tempel is een beeld van ons vergankelijke lichaam van vlees en bloed. Het heilige had een bepaalde mate van heerlijkheid. (2 Korintiërs 3:7,9-11)

Het heilige der heiligen is een beeld van ons geestelijke lichaam (Christus in ons). De heerlijkheid hiervan gaat ver boven de heerlijkheid van het heilige uit (2 Korintiërs 3:8,9-11).

Het voorhangsel, de bedekking, is het op gedachten gebaseerde ‘valse’ ego, het z.g. vlees of de oude mens. Ons sterfelijke lichaam doet ons geloven dat wij in zonde ontvangen en geboren zouden zijn en dat wij niet goddelijk zouden zijn. Ons hele denken is hierop gebaseerd (mind of flesh). Door dit denken creëren wij het ‘valse’ ego, waar we ons vervolgens mee identificeren. Deze illusoire persoonlijkheid zorgt voor een net zo illusoire scheiding tussen God en de mens, die er in werkelijkheid niet is. Die mind of flesh komen we in de Bijbel tegen als de slang, satan, duivel en draak. We vormen met ons denken (energie) een collectief bewustzijn dat gebaseerd is op de dualistische kennis van goed en kwaad en daarmee creëren we het kwaad in de wereld.

Jezus riep zijn volgelingen op om zich te bekeren (metanoia), omdat hierdoor het koninkrijk van God zichtbaar zou worden in hun leven. Meta-noia betekent letterlijk ‘voorbij het denken’. Door de mind of flesh de rug toe te keren houden wij de oude mens voor dood. Op die manier ‘scheuren’ wij het voorhangsel, de bedekking, die ons het zicht op ons heilige der heiligen ontneemt. Zodra die bedekking weg is, zien we in het heilige der heiligen ons ware Zelf. Hierdoor wordt ons denken vernieuwd naar de mind of Christ, gedachten die in lijn zijn met het koninkrijk van God.

De mind of Christ zorgt ervoor dat het fysieke lichaam de heerlijkheid van het geestelijke lichaam aan zal doen. Over deze verandering schrijft Paulus in 2 Korintiërs 3:18 “Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heere, die Geest is.

Zodra wij zonder de bedekking in ons heilige der heiligen gaan zien wie wij in werkelijkheid zijn – niet het ‘valse’ ego, maar de heerlijkheid van de Heer – zal ons fysieke gedaante veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid. Door ons ware Zelf (Christus in ons) bewust te worden, gaan we het Christusbewustzijn binnen. Dit gebeurt door de wedergeboorte (rechtvaardiging). Daarna veranderen we van heerlijkheid tot heerlijkheid, waardoor we uiteindelijk verheerlijkt worden en het Godsbewustzijn binnengaan.

die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.” (Romeinen 8:30)

Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.” (Romeinen 12:1)

Verheerlijkt dan God met uw lichaam.” (1 Korintiërs 6:20)

die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.” (Filippenzen 3:21)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *