Categorieën
Koninkrijk

Alle tranen zullen van onze ogen gewist worden

Volgens Paulus is er sprake van een oude mens en een nieuwe mens. De oude mens noemt hij ook wel het vlees en de nieuwe mens de Geest. Jezelf identificeren met de oude mens omschrijft hij dan ook als ‘wandelen naar het vlees’. Het logische gevolg is dat je dan werken van het vlees voorbrengt.

De nieuwe mens is Christus in ons. Zodra we Christus als ons ware Zelf (h)erkennen, wandelen we volgens Paulus in de Geest en brengen we vrucht van de Geest voort.

Er zijn uiteindelijk maar twee soorten mensen:
1) Mensen die naar het vlees wandelen;
2) mensen die in de Geest wandelen.

Zodra je de oude mens (het vlees) voor dood houdt, ben je dus de nieuwe mens en dat is Christus in ons.

De oude mens is met Christus gekruisigd; en ik leef niet meer mijn oude mens, maar ik leef de nieuwe mens, Christus in mij. Het oude is voorbijgegaan, ik ben een nieuwe schepping.” (naar Galaten 2:20 en 2 Korintiërs 5:17)

Wil je in de Geest wandelen, dan is het dus van levensbelang dat je Christus als je nieuwe identiteit erkent. Doe je dat niet, dan blijft er niets anders over dan jezelf te identificeren met de oude mens. En zal je dus altijd naar het vlees blijven wandelen, hoeveel geloof in Jezus en vertrouwen in God je ook hebt.

Het oude verbond is gericht op vergeving van zonden. Alleen de oude mens heeft vergeving van zonden nodig. De nieuwe mens, Christus in ons, uiteraard niet. Het nieuwe verbond rekent alleen met de nieuwe mens en niet met de oude mens. De oude mens is immers met Christus gekruisigd en is dood. Zolang we het ‘evangelie’ van vergeving van zonden (de oude wijn) verkondigen, richten we ons op de oude mens, alsof die nog springlevend zou zijn en we daar nog rekening mee zouden moeten houden, terwijl de blijde boodschap juist is dat we de oude mens voor dood mogen houden. Maar ook als we het evangelie van het koninkrijk (de jonge wijn) vermengen met maar een klein restje zuurdesem van het oude verbond dat nog in de oude zakken zit, dan ontkrachten we daarmee het evangelie van Christus en zowel de jonge wijn als de oude zakken gaan verloren (Markus 2:22). Het evangelie wordt op deze manier van zijn kracht beroofd.
Daarom moet de jonge wijn in nieuwe zakken!

De oude mens voor dood houden, betekent dat we niet meer rekenen met goed en kwaad; geen oordeel meer vellen op basis van goed en kwaad; niet naar onszelf, maar ook niet naar anderen. “Zo kennen wij vanaf nu aan niemand meer naar het vlees“, zegt Paulus (2 Korintiërs 5:16). Al raak je de boom van kennis van goed en kwaad alleen maar aan (Genesis 3:3), dan heeft het al negatieve gevolgen. We mogen (moeten) de oude mens voor de volle 100% voor dood houden. En dat kan alleen als we Christus in ons voor de volle 100% als ons ware Zelf gaan erkennen. Pas dan zullen we – net als Jezus van Nazareth – als Zoon (of Dochter) van God openbaar worden.

Zodra de bedekking van het oude verbond wordt weggenomen en we in ONS heilige der heiligen de heerlijkheid van de Heer (als in een spiegel!) gaan waarnemen (lees: wij zijn de heerlijkheid van de Heer!), zal ons fysieke gedaante naar dat beeld gaan veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Here die Geest is (Christus in ons); (2 Korintiërs3:16-18). We zullen dan uiteindelijk, zonder de fysieke dood te zien, tot verheerlijking komen, een verheerlijkt lichaam ontvangen, waarmee we het koninkrijk van God binnengaan. Vlees en bloed kunnen het koninkrijk van God immers niet beërven (1 Korintiërs 15:50). “Verheerlijkt dan God met uw lichaam.” (1 Korintiërs 6:20)

Onze binnenwereld bepaald hoe we de buitenwereld zullen waarnemen. Zolang onze binnenwereld bepaald wordt door het dualistische goed / kwaad-denken, zullen we dat in de buitenwereld blijven waarnemen. In het koninkrijk van God, waar God ALLES en in ALLEN is, kan er geen sprake zijn van dualisme, laat staan van goed en kwaad bewustzijn.

Jezus zegt dat het koninkrijk van God binnen in ons is. Christus in ons is het enige dat werkelijkheid is. Dit inzicht wordt bevestigd (nog niet erkend) door de wetenschap van de kwantumfysica. Alles is energie en ons bewustzijn bepaald in welke vorm wij de energie waarnemen. Onze fysieke lichamen worden gevormd door gestolde energie, levensenergie, Christusenergie, het Licht uit Genesis 1:3, waarin alle dingen hun bestaan vinden (Kolossenzen 1:17). Er is geen dualiteit tussen lichaam en Geest. Wij nemen dat waar omdat wij leven vanuit het dualistische goed / kwaad-bewustzijn. En zolang we dat blijven doen, zullen we de gevolgen ervan (werken van het vlees) blijven ondervinden. Zodra wij ‘Christus in ons’ als ons ware Zelf gaan zien, als de enige werkelijkheid, dan zal die binnenwereld onze buitenwereld gaan bepalen en zullen de vrucht en de gaven van de Geest ins ons leven zichtbaar zijn. Dan zullen we – op precies dezelfde manier als Jezus van Nazareth – als Zonen en Dochters van God gaan opstaan. Ik ben Christus Peter en jij bent Christus … (vul je naam maar in op de puntjes). Wij zijn de belichaming van het koninkrijk van God! Wij zijn het Licht van de wereld!

Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men (nog) niet ziet.” (Hebreeën 11:1)

Dit is de weg die Jezus van Nazareth ons heeft gewezen. Deze weg van geloof is de enige weg die leidt tot het zichtbaar worden van het koninkrijk van God op aarde. Vanuit het rijk der duisternis, waarin ieder mens opgroeit vanwege het collectieve goed / kwaad-bewustzijn, door geloof en wedergeboorte overgebracht worden in het koninkrijk van het Licht, waar we ons Christus ten volle bewust zijn (onze rechtvaardiging) om daarna, zonder de fysieke dood te hoeven zien, over te gaan in het koninkrijk van God (onze verheerlijking).

Paulus omschrijft deze weg als volgt: “Degene die Hij tevoren bestemd heeft (de mensheid), dezen heeft Hij ook geroepen (vanuit de duisternis naar het koninkrijk van het Licht); en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd (wedergeboorte); en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt (met een verheerlijkt lichaam binnengaan in het koninkrijk van God).” (Romeinen 8:30)

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.” (Openbaring 21:1)

De zee die er niet meer zal zijn verwijst naar de wateren uit Genesis 1:2,6,7; die betrekking hebben op de duisternis.

Alle tranen zullen van onze ogen gewist zijn, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.” (Openbaring 21:4)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *