Categorieën
Jezus van Nazareth Koninkrijk Reformatie

Waarom liet Jezus zich kruisigen?

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, de enige reden waarom Jezus zich heeft laten kruisigen is om de diepste duisternis op aarde aan het licht te brengen, zodat wij er mee zouden kunnen afrekenen. De diepste duisternis in de mens bestaat uit veroordeling op grond van de kennis van goed en kwaad. De ergste vorm daarvan is iemand dood wensen (of daadwerkelijk doden) omdat die ander niet aan onze verwachtingen en onze maatstaven van goed-zijn voldoet.

Deze diepste duisternis kon Jezus aan het licht brengen omdat hijzelf volkomen van deze duisternis was bevrijd. Hij kende geen wrok, geen bitterheid, geen haat en geen veroordeling. Hij toonde de volmaakte Liefde van de Vader en daarom bad hij aan het kruis “Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.

Willen we werkelijk het koninkrijk van God gaan zien op aarde, dan zullen we moeten afrekenen met de bittere pil in ons leven. De pil van veroordeling op grond van de kennis van goed en kwaad. We zullen ons bewustzijn moeten reinigen van deze dode werken en dat kan door naar het bloed aan het kruis te kijken en de Liefde die daaruit blijkt op waarde te gaan schatten.

Hoe hebben we ooit onze eigen diepste duisternis op God kunnen projecteren, alsof God mensen zou aanzetten tot doodslag of nog erger dat God zelf de dood van Jezus nodig gehad zou hebben om ons mensen te kunnen vergeven. Deze visie op het kruis en het ‘evangelie’ (van vergeving van zonden) dat daarop gebaseerd is, is geen evangelie! Het is “een ander evangelie, dat geen evangelie is” schreef Paulus erover (Galaten 1:6).

Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie dat door mij verkondigd is, niet naar de mens is.” (Galaten 1:11)

Het ‘evangelie’ van vergeving van zonden is een evangelie naar de mens. Het is volledig gebaseerd op veroordeling op grond van de kennis van goed en kwaad. God verlaagt zich niet tot dit soort goedkope genade! Jezus heeft aan het kruis de genade van Christus getoond. “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” Iedereen ontvangt vergeving van zonden, ongeacht wie we zijn en wat we hebben gedaan, niet dankzij het kruis, maar ondanks het kruis!

Alle duisternis op deze wereld komt voort uit de kennis van goed en kwaad. Hierdoor is de mensheid onder de vloek van zonde en dood terechtgekomen. Zolang we deze kennis in ons leven toepassen, zullen we in de duisternis en daarmee onder de vloek van zonde en dood blijven leven. Het ware evangelie is het evangelie van het koninkrijk. Het evangelie dat erop gericht is om mensen vanuit de duisternis over te brengen in het koninkrijk van het Licht.

We komen niet in het koninkrijk van het Licht door te weten dat onze zonden vergeven zijn. Onze zonden zijn nog ‘maar’ de symptomen van het feit dat wij in de duisternis verkeren. De oorzaak van onze duisternis ligt vele malen dieper. Zolang we menen dat Jezus onze zondebok is geweest, waardoor wij vergeving ontvangen, maar intussen gewoon verder gaan met het veroordelen van onszelf en anderen op grond van de kennis van goed en kwaad, dan heeft die vergeving geen enkele waarde. Door de boodschap van vergeving van zonden op basis van het (zond)offer dat Jezus aan het kruis zou hebben gebracht, blijft het diepste probleem van ons mensen verborgen.

Het kruis waaraan Jezus hing, is bedoeld als een spiegel om onze ogen te openen voor het vernietigende patroon van “wet-overtreding-offer-vergeving”, dat volledig gebaseerd is op de kennis van goed en kwaad. Het is het patroon van ‘oog om oog en tand om tand’, van kwaad met kwaad vergelden. Zodra dit zondebokpatroon, dat zich in het onbewuste van mensen continue herhaalt, aan het licht komt en we er mee gaan afrekenen, dan gaan we het koninkrijk van God zien.

Gods genade is mij genoeg en dat is geen genade dankzij het kruis, maar ondanks het kruis! Dat is geen goedkope genade, het is genade die van ons hetzelfde vraagt. Stoppen met het oordelen en veroordelen op grond van de kennis van goed en kwaad. Dat leidt tot volmaakte inclusiviteit. Niemand, maar dan ook niemand, zal buiten de boot vallen.

Christus is nu al alles en in allen.” (Kolossenzen 3:11) en “God zal eenmaal alles en in allen zijn.” (1 Korintiërs 15:28)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *