Categorieën
Bijbelstudie Koninkrijk Reformatie

Genade van de wet versus genade van Christus

We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them.” (Einstein)

Als het eten van de boom van kennis van goed en kwaad alle ellende op de wereld heeft veroorzaakt, dan kan een ‘evangelie’ dat gebaseerd is op de kennis van goed en kwaad (het ‘evangelie’ van vergeving van zonden) de ellende op de wereld niet oplossen!

Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij.” (Galaten 5:4)

Vanuit de grondtaal gezien zegt Paulus dat wij Christus inactief maken (katargeo) als we door de wet gerechtigheid verwachten. Als Christus inactief is, dan komen we buiten de genade van Christus te staan. Wat bedoelt Paulus met ‘gerechtigheid door de wet verwachten’ en wat moeten we verstaan onder ‘de genade van Christus’?

De gangbare opvatting onder veel gelovigen is dat Paulus het hier heeft over de manier waarop wij voor God vrij van schuld (rechtvaardig) kunnen worden, hetgeen onze redding zou zijn. Paulus zou dan in ‘wet’ en ‘genade’ twee manieren zien waarop we onze rechtvaardigheid voor God zouden kunnen bereiken. Enerzijds door ons – op eigen kracht – volmaakt aan Gods wet te houden of anderzijds door te vertrouwen op Gods genade.

De gedachte waarop deze interpretatie is gebaseerd, is dat vanwege Gods heiligheid en rechtvaardigheid de ongehoorzaamheid van de mens tot een scheiding tussen God en mens zou hebben geleid. De mens zou van nature ‘kwaad’ zijn en daarom niet in staat om Gods wet volmaakt te houden. We laden Gods toorn op ons en we kunnen alleen van Gods toorn over onze zonden – en daarmee van de eeuwige ondergang – gered worden door te geloven dat Jezus zijn leven heeft geofferd voor de vergeving van onze zonden. Zodra we van Gods toorn gered zijn, maakt het vervolgens niet meer uit of we de wet van God opnieuw overtreden, want we kunnen steeds weer om vergeving vragen op grond van het offer dat Jezus gebracht zou hebben.

Ik vraag mij af of we met deze benadering recht doen aan wat Paulus bedoeld heeft. Of eigenlijk moet ik zeggen dat ik er niets van geloof dat Paulus het zo bedoeld heeft. Ik ga een poging doen om – aan de hand van andere uitspraken van Paulus – te laten zien waar het mijns inziens mis gaat.

Doch voordat dit geloof kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het geloof, dat geopenbaard zou worden.” (Galaten 3:23)

Paulus zegt hier dat de joden door de wet in bescherming (phroureo) zijn genomen. Het kan bij ‘de wet’ dus niet alleen om de geboden gaan, want die leidden er juist toe dat men veroordeeld moest worden, omdat men niet in staat was om de geboden op een volmaakte manier te houden. De offers die gebracht werden, zorgden voor vergeving van de overtredingen en daarmee vrijspraak van het oordeel. Dit systeem van de wet bood bescherming, omdat men op grond van de offerdienst genade van God ontving om te blijven leven. Als Paulus het over ‘de wet’ heeft, gaat het dus om het hele systeem van de wet en dit systeem ziet er als volgt uit:

Wet – overtreding – schuld – zondoffer – vergeving / genade – verlenging van leven.

Mozes zegt dan ook terecht: “Ja, gij zult mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht nemen; de mens die ze doet, zal daardoor leven: Ik ben de HERE.” (Leviticus 18:5; Romeinen 10:5). Er was onder het oude verbond dus ook wel degelijk sprake van genade! Zolang het volk Israël dat onder de wet van Mozes leefde het systeem van de wet onderhield, ontvingen ze Gods genade en konden ze voor zolang het duurde in vrede leven. Zodra de offerdienst stil kwam te liggen, ging het mis. 

Hoewel dit wettische systeem een bepaalde mate van heerlijkheid had (2 Korintiërs 3:7,9), waren de offers niet in staat om het bewustzijn van de mens tot volmaaktheid te brengen. Hoeveel men ook offerde, men ging steeds weer opnieuw in de fout. De reikwijdte van de genade van de wet gaat dus minder ver dan de genade van Christus. De genade van de wet wordt daarom als een voorafschaduwing gezien van de genade van Christus. Er is dus geen sprake van een tegenstelling tussen wet en genade!

Het systeem van de wet “was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd. In overeenstemming daarmee werden er gaven en slachtoffers geofferd die niet in staat waren om hem die de dienst verrichtte, het bewustzijn tot volmaaktheid te brengen.” (Hebreëen 9:9)

En dan zegt Paulus, als we op basis van dit wettische systeem gerechtigheid verwachten, dan maken we Christus inactief en staan we buiten de genade van Christus.

Laat ik het systeem van de wet nog een keer op een rijtje zetten met een kleine toevoeging, om te laten zien waar ik naar toe wil.

Wet – overtreding – schuld – (zond)offer van Jezus – vergeving / genade – verlenging van leven.

Nog een keer Paulus: als we op basis van dit wettische systeem gerechtigheid verwachten, dan maken we Christus inactief en staan we buiten de genade van Christus.

Je leest het goed, het ‘evangelie’ van vergeving van zonden is gebaseerd op het wettische systeem van het oude verbond. Het is de oude wijn die in oude zakken wordt geschonken. Daarom noemt Paulus het een ‘ander’ evangelie, dat geen evangelie is. Het ware evangelie is gebaseerd op de genade van Christus en niet op het systeem van de wet.

Het verbaast mij, dat gij u zo snel van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.” (Galaten 1:6,7)

Het ‘evangelie’ van vergeving van zonden leidt niet tot bevrijding van de vloek van zonde en dood en daarom ook niet tot eeuwig leven. Zolang ons bewustzijn niet volkomen gereinigd is van het denken in goed en kwaad, zal de vloek van zonde en dood nog blijven heersen in ons leven. En het ‘evangelie’ van vergeving van zonden voedt nu juist ons denken in goed en kwaad.

Paulus wint er geen doekjes om:
Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die leeft onder de vloek! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die leeft onder de vloek!
(Galaten 1:8,9)

Zolang we onze gerechtigheid verwachten op basis van het systeem van de wet (vergeving op basis van een offer), maken we Christus inactief en dat zorgt ervoor dat de vloek van zonde en dood in ons leven van kracht blijft. We staan dan buiten de genade van Christus.

Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.” (Romeinen 10:4)

De gerechtigheid waar Paulus het over heeft, is de reiniging van ons bewustzijn van dode werken, het denken in goed en kwaad. Zodra ons bewustzijn hiervan gereinigd is, zijn we werkelijk bevrijd van de vloek van zonde en dood. Deze gerechtigheid gaat het wettische systeem ons niet brengen, ongeacht wat (een dier) of wie (Jezus) het zondoffer ook moge zijn.

De vraag die zich inmiddels opdringt is: wat is dan wel de blijde boodschap van het evangelie, als het ‘evangelie’ van vergeving van zonden niet het evangelie is dat Jezus van Nazareth verkondigde?

Het antwoord is eenvoudig. Het evangelie van het koninkrijk is het enige ware evangelie. Het is de jonge wijn die Jezus schonk. Zolang wij dit evangelie vermengen met de boodschap van vergeving van zonden (in oude zakken schenken), verliest het evangelie zijn kracht. Dan gaan we namelijk weer terug naar het systeem van de wet, naar het vlees.

Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof? Zijt gij zo onverstandig? Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees? … Die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt, doet Hij dit ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof?
(Galaten 3:2,3,5)

Paulus is er duidelijk over, het systeem van de wet, de geboden en de offerdienst, vormen de bediening des doods (2 Korintiërs 3:6), omdat het niet tot bevrijding van de vloek van zonde en dood leidt. Zolang we onze gerechtigheid verwachten van de wet, leven we buiten de genade van Christus en zijn we nog steeds onder de vloek van zonde en dood.

We zullen alles wat te maken heeft met wet, zonde, schuld, straf en oordeel – ofwel de kennis van goed en kwaad – achter ons moeten laten. En dat geldt ook voor onze interpretatie van de Bijbel en dan met name van het nieuwe testament. Ons bewustzijn zal volkomen gereinigd moeten worden van deze dode werken, willen we het koninkrijk van God binnen kunnen gaan. En dat is nu precies waar Jezus ons toe oproept: “Bekeert u, want het koninkrijk is binnen in u!

Hoe kunnen we ons bewustzijn volkomen reinigen van dode werken? Dat kan alleen door de boodschap van radicale genade en onvoorwaardelijke liefde. God heeft niet van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten. God heeft geen kennis van goed en kwaad! Dat dit wel zo zou zijn is verreweg de grootste leugen die de slang uit de hof van Eden ons heeft voorgelogen.

Wij mensen zijn naar Gods evenbeeld en gelijkenis geschapen. Het ware Zelf van alle mensen is Christus. Christus is onze natuurlijke identiteit en omdat God niet met goed en kwaad rekent is daar nooit verandering in gekomen! Wij zijn en blijven van nature goddelijk, Zonen en Dochters van God. Onze kennis van goed en kwaad is als een donkere deken over deze werkelijkheid komen te liggen en dat heeft ‘Christus in ons’ inactief gemaakt, waardoor we het zicht op Gods radicale genade – het niet rekenen met goed en kwaad – zijn kwijt geraakt!

De blijde boodschap van het koninkrijk is dat het koninkrijk altijd al in ons aanwezig is geweest. Christus in ons is onze hoop op heerlijkheid. Wij zijn de belichaming van Christus, ook al zijn we het ons niet bewust. Gods gerechtigheid, de bevrijding van de vloek van zonde en dood, ontvangen we door genade en niet door het offeren van een dier en al helemaal niet door een mensenoffer! Daarom staat er geschreven:

In brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad.” (Hebreeën 10:6)

Door het mysterie ‘Christus in ons’ – hetgeen Jezus van Nazareth ons heeft willen openbaren – heeft God een einde willen maken aan het systeem van de wet. Het systeem van de wet was gericht op symptoombestrijding, maar in al die eeuwen dat het oude verbond van kracht was heeft de offerdienst niet tot bevrijding van de vloek van zonde en dood geleid en daarom ook niet tot eeuwig leven.

De Geest ten leven zal alleen in ons tot ‘opstanding’ komen door geloof in de radicale genade van Christus, buiten het hele systeem van wet en offerdienst om. We dienen ons te bekeren door het vlees (de oude mens) voor ‘dood’ te houden en ons geloof volledig te vestigen op Christus in ons, de nieuwe mens, ons ware natuurlijke Zelf. Door ons op deze manier te bekeren, reinigen we ons bewustzijn, waardoor Christus in ons tot ‘opstanding’ zal komen en we ons – op precies dezelfde manier als Jezus van Nazareth – Christus ten volle bewust zullen worden en als Zonen en Dochters van God openbaar worden. Dit zal leiden tot de bevrijding van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid, waar we vanwege de vloek van zonde en dood aan onderworpen zijn en uiteindelijk tot onze verheerlijking, het aandoen van een verheerlijkt lichaam, waarmee we het koninkrijk van God zullen binnengaan om eeuwig te leven.

De weg tot verlossing van de vloek van zonde en dood en daarmee de weg tot eeuwig leven kunnen we alleen vanuit ons fysieke bestaan afleggen. Christus in ons kan alleen tot ‘opstanding’ komen, zolang we in ons fysieke lichaam leven. En alleen door de opstandingskracht van Christus in ons zullen we een onsterfelijk lichaam kunnen aandoen. Dit is de redding, de verlossing, de behoudenis waar het in het nieuwe verbond om gaat.

Het evangelie van het koninkrijk, het evangelie van Christus, is het evangelie dat volledig gezuiverd is van het zuurdesem van de wet. Het zuurdesem dat het hele deeg zuur maakte en waardoor het krachteloos werd. Zodra we weer jonge wijn in nieuwe zakken gaan schenken, zal de opstandingskracht van Christus in mensen vrijkomen.

Ik schaam mij dit evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die het gelooft.” (Romeinen 1:16)

Paulus noemt ons lichaam een tempel van de Geest (Christus in ons). Zodra de bedekking van de wet wordt weggenomen zien wij in ons eigen heilige der heiligen – als in een spiegel! – de heerlijkheid van de Heer (Christus in ons). Wij zijn van nature de heerlijkheid van de Heer! Wij zijn van nature net zo Christus als Jezus van Nazareth dat is. Zodra we dit gaan geloven, zal ons fysieke gedaante veranderen naar het beeld dat we hebben gezien in ons eigen heilige der heiligen, van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is (Christus in ons). En waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid! Vrijheid van de vloek van zonde en dood en daarmee eeuwig leven! (naar 2 Korinte 3:17,18)

Wil je doorpraten over deze blog, neem dan contact met mij op.

Delen van deze blog via social media wordt bijzonder gewaardeerd!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *