Categorieën
Jezus van Nazareth Koninkrijk Reformatie

Jij draagt de sleutels van het koninkrijk

De christelijke kerk is in verval geraakt. Haar blijde boodschap van hoop en verwachting in een donkere tijd als deze klinkt nauwelijks meer. Haar relevantie is in deze verwarrende tijd nihil. Het lijkt wel of de gemeente op zand is gebouwd in plaats van op de Rots en dat ze overweldigd is door de poorten van de duisternis. Waar zijn de Petrussen gebleven?

Jezus is in gesprek met zijn leerlingen. Hij vraagt hen wie de omstanders denken dat de Zoon des mensen is.

Toen Jezus in de omgeving van Caesarea Filippi gekomen was, vroeg Hij zijn discipelen en zeide: Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is? En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; anderen: Elia; weer anderen: Jeremia, of een der profeten.” (Matteüs 16:13,14)

Jezus richt niet direct de aandacht op zichzelf, maar hij vraagt wie de omstanders in de Zoon des mensen zien. Om door te dringen in wat Jezus in dit gedeelte duidelijk wil maken, is het van belang om te weten dat het Aramese begrip bar enasja (mensenzoon) ook vertaald kan worden met ‘mens als zodanig’ of ‘ieder mens’. Jezus stelt hier dus ten diepste de vraag naar wie de mens als zodanig is.

Zijn discipelen begrepen dat Jezus het over zichzelf had en beantwoorden zijn vraag. Namen als Elia, Jeremia en Johannes de Doper komen voorbij. Het is duidelijk dat de omstanders Jezus zien als een grote profeet. Daarna vraagt Jezus het direct op de man af aan zijn leerlingen:

Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?” (Matteüs 16:15)

Jezus vereenzelvigt zich hier niet met wat mensen over hem denken, maar met de mens als zodanig. Wie is de mens, zoals die hier voor jullie staat? Petrus, als haantje de voorste, reageerde direct:

Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! (Matteüs 16:16)

Petrus had er blijkbaar al over nagedacht en was voor zichzelf tot de conclusie gekomen dat Jezus wel de Christus moest zijn. Hij had op dat moment alleen nog niet door wat hij hiermee over zichzelf als mens zei.

Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is. (Matteüs 16:17)

Wat opvalt is dat Petrus hier door Jezus met zijn oude naam wordt aangesproken. Ik kom daar zo nog even op terug. Bij ‘Vader in de hemel’ zijn we geneigd om te denken aan God, die ergens ver bij ons vandaan woont, hoog in de hemel. De begrippen ‘hemel’ en ‘aarde’ zijn in de Bijbel echter geen plaatsaanduidingen. De ‘aarde’ staat voor de zichtbare en tastbare wereld (vlees en bloed) en de ‘hemel’ voor de onzichtbare wereld, die net zo dichtbij, of misschien nog wel dichterbij is dan de ‘aarde’. Jezus zegt hier dus tegen Petrus dat zijn ‘kennis’ over Jezus niet gebaseerd is op de zichtbare en tastbare (natuurlijke) wereld, maar op de onzichtbare (geestelijke) wereld. De Vader in de hemel is de bron van alles wat bestaat. Alles is uit God, door God en tot God. De natuurlijke (zichtbare en tastbare) wereld komt uit de geestelijke (onzichtbare) wereld voort. Christus is de eerstgeborene van de ganse schepping (Genesis 1:3) en alles vindt zijn bestaan in Hem. Paulus vat het kort en bondig samen als hij schrijft:

want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, … ; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem.” (Kolossenzen 1:16,17)

Jezus van Nazareth was zich dit – als geen ander in zijn tijd – ten volle bewust. Uitspraken als “Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30) en “Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.” (Johannes 14:9) bevestigen dit. Jezus was zich als mens van vlees en bloed, zijn oorsprong, zijn wezenlijke Zelf, de Christus, volledig bewust geworden. En dat had Petrus ‘gezien’. De omstanders die op het zichtbare en tastbare afgingen, kwamen niet verder dan een grote profeet. Zij vonden het dan ook godslasterlijk dat Jezus, God zijn Vader noemde, want daarmee stelde hij zichzelf gelijk aan God (Johannes 5:18). Petrus was gaan ‘zien’ wie Jezus als de ‘Zoon de mensen’ vanuit het perspectief van de Vader is, Christus, de Zoon van de levende God.

Veel christenen zullen denken dat Petrus door deze geloofsuitspraak tot levend geloof is gekomen en dat dit geloof hem behouden heeft. Maar het onderwijs van Jezus aan zijn discipelen stopt hier niet. Het geloof van Petrus moest nog een flinke stap maken en Jezus hielp hem daarbij.

En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. (Matteüs 16:18)

We zagen net dat Petrus in eerste instantie aangesproken wordt met zijn oude naam, Simon Barjona (zoon van Jona). Zo keek Petrus op dat moment ook nog naar zichzelf. Hij was als mens van vlees en bloed een zoon van Jona, meer niet. Maar daar brengt Jezus op dat moment radicaal verandering in! “Gij zijt Petrus (Kefas, Rots) en op deze petra (Rots) zal ik mijn gemeente bouwen.” Petrus is niet maar degene wat vlees en bloed over hem had geopenbaard (een zoon van Jona). Petrus is een Rots, net zo ‘Zoon des mensen’ (mens als zodanig) als Jezus dat was. Petrus is net als Jezus een zoon van de levende God. En dat blijkt overduidelijk uit hetgeen Jezus daarna tegen Petrus zegt:

Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen. (Matteüs 16:19)

Jezus had van de Vader alle macht in de hemel en op de aarde gekregen (Matteüs 28:18) en die macht ontvangt Petrus ook. Petrus is net zo gezalfd met Gods Geest, als Jezus van Nazareth dat is;, dat wil zeggen net zo Christus als Jezus dat is. De ‘mens als zodanig’ is gezalfd met Gods Geest, is Christus.

Zolang we ons dit niet bewust zijn, zal de christelijke kerk, de gemeente, overweldigd worden door de poorten van het dodenrijk. Mensen zullen overlijden, waardoor de blijde boodschap van eeuwig leven, zoals Jezus het werkelijk bedoeld heeft, niet meer hoorbaar en zichtbaar zal zijn. De verkondiging is krachteloos geworden. We zijn niet meer in staat om op aarde de duisternis te ‘binden’ en het Licht te ‘ontbinden’, waardoor we mensen werkelijk vrij kunnen zetten van het juk waaronder velen gebukt gaan.

De geloofsuitspraak over Jezus “Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God” is niet genoeg om de dood buiten onze poorten te houden. Zolang we niet beseffen dat deze geloofsuitspraak over de ‘mens als zodanig’ gaat, wandelen we net als de mensen buiten onze (kerk)muren, in de duisternis.

Mens, wie je ook bent en waar je je ook bevindt, Jij Bent de Rots waar God zijn gemeente op wil bouwen! Zodra je je dat bewust wordt, zal Christus in je opstaan om het juk van mensen in nood te verbreken. Als we als christelijke kerk deze blijde boodschap weer gaan verkondigen, zullen de poorten van het dodenrijk voor goed gesloten worden.

God is momenteel bezig om de gelovigen te ‘oordelen’. Bij ‘oordelen’ gaat het niet om mensen buitensluiten, maar om ‘scheiding maken’. God is bezig om scheiding te maken tussen vlees en Geest, tussen wat vlees en bloed ons openbaren en wat de Vader in de hemel ons openbaart, tussen Simon Barjona en Christus Petrus, tussen wat jij van jezelf ziet en vind en hoe God jou ziet.

Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal dan het einde zijn als wij ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods?” (1 Petrus 4:17)

Willen we werkelijk gehoorzaam zijn aan het evangelie van God, dan zullen we het vlees voor gekruisigd moeten houden en onszelf en ieder ander gaan zien, zoals God ons ziet. Jij bent een Zoon/Dochter van de levende God, naar Gods evenbeeld en gelijkenis geschapen. Jij bent van nature aan God gelijk. Jij bent het Licht der wereld. Jij bent de Rots waar God de mensheid rond wil vergaderen. Jij bent net zo Christus, als Jezus van Nazareth dat is.

Tot slot. Jezus eindigt het gedeelte met een nadrukkelijk verbod.

Toen verbood Hij met nadruk zijn discipelen aan iemand te zeggen: Hij is de Christus.” (Matteüs 16:20)

Er komt een vraag bij mij op, over wie zegt Jezus dit? Over zichzelf of over Petrus? Ik houd het op het laatste. Jezus zelf liep er niet mee te koop dat hij de Christus was. Ook Petrus moest dat niet doen. Zodra we onszelf op een voetstuk plaatsen, gaat het mis. Dat moest Petrus later op een bijzonder pijnlijke manier nog leren. Wij zijn niet meer gezalfd met Gods Geest, dan ieder ander mens als zodanig. Ieder mens heeft de zalving van Gods Geest van nature meegekregen. Het waarachtige licht, dat komende was in de wereld, verlicht ieder mens (Johannes 1:9). Christus is alles en in allen. Dat wij het ons bewust zijn en die ander nog niet, maakt voor God geen enkel verschil.

Laat uw Licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” (Matteüs 5:16)

Mocht je door willen praten over de inhoud van deze blog?
Schroom dan niet en neem contact met ons op.

Klik hier om je te abonneren op onze blogs.

Ben je door onze blogs of door een (online) gesprek bemoedigd of heeft het je verder gebracht in je geestelijke groei? Overweeg dan een (kleine) financiële bijdrage, waarmee je ons ondersteunt in onze missie, een nieuwe Reformatie in de christelijke kerk van Nederland. Uw bijdrage is belasting aftrekbaar. Wil je een ander bedrag doneren dan de keuzemogelijkheden hieronder, klik dan hier.

Totaal: € -

Delen van deze blog via social media wordt bijzonder gewaardeerd!

2 reacties op “Jij draagt de sleutels van het koninkrijk”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *