Categorieën
Jezus van Nazareth Koninkrijk Reformatie

Genade, niet dankzij het kruis, maar ondanks het kruis.

De theologie van verzoening door voldoening (de zogenoemde satisfactieleer) heeft er tot op heden voor gezorgd dat de schepping nog steeds gebukt gaat onder de vloek van zonde en dood. Deze visie op het kruis houdt de vloek in stand, omdat zij gebaseerd is op de kennis van goed en kwaad. Het is kwaad met kwaad vergelden. Het is een projectie op God van de manier waarop wij mensen met elkaar omgaan. Het is onze oplossing die wij vanuit het rijk der duisternis met onze kennis van goed en kwaad hebben bedacht. God heeft niet van de verkeerde boom gegeten. Gods wegen zijn hoger dan onze duistere wegen; Gods gedachten hoger dan onze vleselijke gedachten.

Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.” (Hosea 6:6)

God had het kruis niet nodig om ons mensen te kunnen vergeven. God stond buiten wat er op Golgotha heeft plaatsgevonden.

Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Matteüs 27:46)

De Vader was niet beschikbaar om het offer van Jezus aan te nemen. Jezus was niet het ultieme zondoffer aan God, als voorwaarde waarop God ons genadig kan zijn. Dat staat gelijk aan gerechtigheid verwachten op grond van de wet, zoals dat onder het oude verbond gebruikelijk was. Deze bediening des doods heeft ook een bepaalde mate van heerlijkheid gekend, maar het was niet toereikend. Het toonde niet het hart van God.

Deze inleiding roept onherroepelijk de volgende vraag op: Waarom heeft Jezus zich dan opgeofferd door zich als een lam naar de slachtbank te laten leiden en zich te laten kruisigen?

Op Golgotha werd de duisternis die over de hele aarde ligt zichtbaar gemaakt. Jezus heeft de vloek van zonde en dood, die vanaf Adam op aarde heeft geheerst, aan het kruis openlijk tentoongesteld en daarover gezegevierd.

Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw val en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem. Hij heeft ons collectief genade betoond, door het bewijsstuk uit te wissen, dat door de wet van zonde en dood tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen: Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.” (op basis van Kolossenzen 2:13-15)

Het bloed van Abel riep vanaf de aarde, de plek waar de duisternis zich bevindt en niet vanuit de hemel! Aan het kruis is de roep om vergelding vanuit de duisternis zichtbaar geworden. Wij mensen hebben het kruis nodig om te zien dat aan onze menselijke gerechtigheid wordt voldaan. Niet Gods toorn werd aan het kruis gestild, maar Jezus liet zich kruisigen om de menselijke aanklacht het zwijgen op te leggen.

Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn.” (Romeinen 6:6)

Het lichaam der zonde is aan het kruis genageld. De vloek van zonde en dood is van zijn kracht ontdaan. Jezus heeft een einde gemaakt aan het systeem van de wet, het systeem van vergeving ontvangen op grond van een zondoffer. Het collectieve bewustzijn van het denken in goed en kwaad, het rijk der duisternis, het systeem van deze wereld, is door Jezus van Nazareth aan het Licht gebracht.

Op deze manier heeft Jezus van Nazareth het Christus-Licht in de duisternis laten schijnen, de radicale genade en de onvoorwaardelijke liefde van Christus aan het kruis getoond. “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” En de duisternis heeft het Licht niet in haar macht gekregen (Johannes 1:5).

Daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.
(2 Korintiërs 5:15)

Christus in ons is de hoop op heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:27)

Christus is alles en in allen.” (Kolossenzen 3:11)

De gekruisigde Christus woont in alle mensen van alle tijden. Hij is het waarachtige Licht dat alle mensen verlicht (Johannes 1:9). De oude mens leeft onder de vloek van zonde en dood en eist nog steeds gerechtigheid op grond van de wet (door een ‘zondoffer’). Zolang wij ons met de oude mens identificeren, wandelen we naar het vlees, bevinden we ons in het rijk der duisternis en zal de vloek van zonde en dood over ons heersen.

Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” (Hebreeën 9:14)

Door het bloed van Jezus op waarde te schatten zal ons bewustzijn gereinigd worden van dode werken; van het oordelen en veroordelen op grond van de kennis van goed en kwaad.

Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees. Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer. Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.
(2 Korintiërs 5:16,17)

We mogen onszelf volledig identificeren met de nieuwe mens, Christus in ons. Dat is de bekering waartoe Jezus ons oproept “Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is binnen in u”.

Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik (het ego / de oude mens), maar Christus (de nieuwe mens) leeft door mij.” (Galaten 2:20)

Als we met Christus zijn gekruisigd, dan zijn we bevrijd van de vloek van zonde en zullen we ook met hem opstaan uit de dood! Dan zullen we openbaar worden als zonen en dochters van God, die bevrijd zijn van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Romeinen 8:19,21). En dan wacht ons ook de erfenis van de volledig verlossing, de kroon der verheerlijking, dat is een verheerlijkt lichaam.

En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.” (Romeinen 8:11)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *