Categorieën
Jezus van Nazareth Koninkrijk Reformatie

Hemelvaart, opname en wederkomst

De weg naar verlossing van de vloek van zonde en dood, zoals we die in de Bijbel vinden, is een natuurlijk proces zonder bovennatuurlijk ingrijpen van God. De hang naar bovennatuurlijke taferelen is onder christenen echter heel groot. Zo wordt er vandaag de dag flink gespeculeerd over het moment van de zogenoemde ‘opname’ en over de ‘wederkomst’ van Jezus, die voor de deur zou staan. De ‘opname’ stelt men zich voor als het moment waarop een groep ware gelovigen van de aarde wordt weggenomen om, al dan niet tijdelijk, naar de hemel te gaan. Vaak voorgesteld zoals het er in de filmserie Left Behind aan toe gaat. Bij de ‘wederkomst’ zou het gaan om het moment waarop Jezus in een fysiek zichtbaar en tastbaar lichaam vanuit de hemel zal terugkeren naar de aarde. Beide voorstellingen hebben hun oorsprong in het dogma van de hemelvaart, zoals de christelijke kerk dit al eeuwenlang belijdt.

Er bestaat onder christenen die in de leer van de opname geloven verschil van mening over de vraag of die opname vóór of ná de grote verdrukking zal gaan plaatsvinden. Dit komt omdat de teksten waarop de leer van de opname gebaseerd is hierover niet eensluidend zijn. Voor beide scenario’s valt wat te zeggen. De meesten kiezen echter voor de versie waarbij de opname vóór de grote verdrukking zal plaatsvinden. Angst voor een wereldwijde christenvervolging, die voorzegt zou zijn, lijkt hierbij de doorslag te geven. Angst blijkt ook hier een slechte raadgever te zijn, want hoe kan het koninkrijk van God dat Jezus verkondigde op aarde zichtbaar worden als degenen die het Licht van Christus verspreiden van de aarde worden weggenomen voordat de duisternis haar hoogtepunt bereikt? Het lijkt vooral withful thinking. Jezus zelf is er vrij duidelijk over in zijn hogepriesterlijk gebed. Een voortijdig escape – weg van deze ‘boze wereld’ – zit er niet in.

Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze.” (Johannes 17:15)

Zowel het gebed om ons niet uit de wereld weg te nemen, als het gebed om bescherming van de boze, zal verhoord worden door de Vader! Daarnaast kan Gods volmaakte Liefde de angst voor doemscenario’s volledig wegnemen. Een opname van gelovigen vóór de grote verdrukking berust op een groot misverstand. Aangezien deze visie nogal verlammend werkt, is het van belang om hier een duidelijk Bijbels toekomstperspectief tegenover te stellen.

Hetzelfde geldt voor het dogma van de wederkomst, op grond waarvan men gelooft dat Jezus in een fysiek lichaam zal terugkeren op aarde om op de zogenoemde ‘oordeelsdag’ definitief orde op zaken te stellen. Het leidt tot een houding van ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’, terwijl Jezus met het oog op het koninkrijk van God juist een oproep tot bekering doet in plaats van maar passief af te wachten op wat er komen gaat. De misverstanden rond deze thema’s zijn vooral ontstaan door een gebrek aan kennis van de Weg naar verlossing, die Jezus en Paulus hebben verkondigd.

Zowel het kerkelijke dogma van de wederkomst als de leer van de opname houden direct verband met de christelijke visie op de hemelvaart van Jezus, zoals het in de apostolische geloofsbelijdenis verwoord is.

Ireneüs van Lyon schreef in een voorloper van het Apostolicum in 170 na Christus al het volgende: Wij geloven … in Zijn lichamelijke vaart ten hemel; en in Zijn wederkomst uit de hemel.

Jezus zou met zijn fysieke lichaam letterlijk omhoog zijn gevaren en vanaf het moment waarop een wolk het zicht op hem heeft ontnomen, uit beeld zijn geraakt. Jezus zou op een bovennatuurlijke manier naar de hemel zijn gevaren. En zoals hij ten hemel is gevaren, zo zal hij ook wederkomen. Althans, dat is de algemeen erkende leer van de christelijke kerk en als gevolg daarvan de stellige overtuiging van de meeste Bijbelgetrouwe christenen.

Om een duidelijk beeld te krijgen van wat er met met de zogenoemde hemelvaart heeft plaatsgevonden en in het verlengde daarvan het juiste zicht te krijgen op Bijbelteksten waarop de opname en de wederkomst zijn gebaseerd, zullen we ons moeten afvragen hoe die Weg naar verlossing er volgens Jezus en Paulus uit ziet. De blijde boodschap van het koninkrijk van God op aarde, hetgeen de centrale boodschap van de Bijbel is, is volledig gericht op deze Weg naar verlossing. Degenen die geloofden in de boodschap van het koninkrijk van God, worden in het boek Handelingen dan ook ‘mensen of volgers van de Weg‘ genoemd, hetgeen betrekking heeft op de Weg tot behoudenis.

mannen en vrouwen, die van die Weg waren” (Handelingen 9:2)

Deze liep Paulus en ons achterna, luid roepende: Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de Weg tot behoudenis boodschappen.” (Handelingen 16:17)

En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de Weg van God nauwkeuriger uit.” (Handelingen 18:26)

Zie verder ook Handelingen 19:9,23 en 24:14.

Het gaat hierbij om de Weg die Jezus hen was voorgegaan en waarop Paulus en vele anderen uit die tijd hem zijn gevolgd; de Weg die leidt tot verlossing van de vloek van zonde en dood, waar de hele schepping onder gebukt gaat. Hier is het verlossingsplan van God op gericht.

Het dogma van de wederkomst is met name gebaseerd op Handelingen 1:10,11. Wat allereerst van belang is bij de interpretatie van dit gedeelte is dat het bij ‘hemel’ niet om een plaatsaanduiding gaat. Jezus steeg niet met zijn fysieke lichaam omhoog naar de hemel, die zich ergens hoog boven ons in het universum zou bevinden. Nee, het gaat bij ‘hemel’ in de Bijbel doorgaans om de geestelijke onzichtbare wereld die net zo goed om ons heen is, als de ‘aarde’, die voor de natuurlijke zichtbare wereld staat. Zolang ons bewustzijn verduisterd is, kunnen wij de geestelijke wereld, de hemel, echter niet waarnemen. De wolk waarover gesproken wordt, is een beeld van de bedekking als gevolg van ons verduisterde bewustzijn. Jezus werd op het moment van zijn hemelvaart onttrokken aan het natuurlijke oog van de achterblijvers. Zijn lichaam transformeerde op dat moment definitief naar een verheerlijkt, hemels/geestelijk, lichaam. Jezus werd op dat moment opgenomen in heerlijkheid. Bij de hemelvaart van Jezus gaat het dus om het moment van zijn ‘opname’.

Deze opname is de laatste stap op de Weg naar verlossing, het moment waarop we volkomen verlost zullen zijn van de vloek van zonde en dood. Het moment ook waarop we het koninkrijk van God binnengaan. Jezus heeft deze Weg naar volkomen verlossing helemaal afgelegd en een groep gelovigen uit die tijd zijn hem op deze Weg tot het einde gevolgd. Zij zijn in het jaar 70AD – op precies dezelfde manier als Jezus ‘ten hemel gevaren’, opgenomen in heerlijkheid. Om die reden heeft Jezus in zijn eindtijdrede zijn volgelingen in Judea opgeroepen om alles achter zich te laten en naar de bergen te vluchten (Matteüs 24:16-18), zodra het einde van het oude verbond, als gevolg van de verwoesting van de tempel, nabij was gekomen. Het heeft immers geen enkele zin om dingen mee te nemen, zodra de transformatie van ons lichaam van vlees en bloed naar een verheerlijkt lichaam aanstaande is. Degenen die deze verheerlijking in 70AD hebben ondergaan, vormen de wolk van getuigen die rondom ons is, waarvan Jezus de leidsman is, omdat hij hen op deze weg is voorgegaan.

Op basis van het voorgaande kunnen we vaststellen dat het nooit de bedoeling is geweest dat Jezus weer in een fysiek lichaam van vlees en bloed zou terugkeren en zich daarmee weer onder de vloek van zonde en dood zou stellen. Nee, het is juist de bedoeling dat wij Jezus gaan volgen op de weg naar de volkomen verlossing van de vloek van zonde en dood. De juiste vertaling van het gedeelte waarop het dogma van de wederkomst is gebaseerd, ziet er dan ook als volgt uit:

En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u is opgenomen in den hemel, gij zult hem op dezelfde manier volgen, zoals gij hem naar de hemel hebt zien heenvaren.” (Handelingen 1:10,11)

Het volgen van Jezus op deze Weg zal dan ook leiden tot de verheerlijking van onze fysieke lichamen van vlees en bloed. Dat is tegelijk het moment van de ‘opname’ in heerlijkheid. De kleine groep volgelingen van de Weg, die in navolging van Jezus in 70AD tot verheerlijking zijn gekomen, vormen een schaduw (een blauwdruk) voor de hele mensheid. Er zal dus een moment in de geschiedenis gaan komen waarop de hele mensheid opgenomen zal worden in heerlijkheid. Dat is de opname waar we naar uit mogen zien. Het gaat dan niet om een kleine groep gelovigen die bevoorrecht zullen worden en de toenemende duisternis op aarde zullen ontlopen. Nee, de gelovigen zijn juist geroepen om als het Licht der wereld de duisternis op aarde te verdrijven. Willen we zelf, voordat de duisternis op aarde haar hoogtepunt bereikt, in het Licht wandelen, dan zullen we ons moeten bekeren van het vlees en in de Geest moeten gaan wandelen. Geen afwachtende houding aannemen, maar een actieve houding, waartoe ook Paulus ons aanspoort.

Bewerkt uw behoudenis met vreze en beven, want het is God die zowel het willen als het werken in u uitwerkt.” (Filippenzen 2:12,13)

Paulus’ brieven waren uiteraard gericht aan de mensen in zijn tijd, die de weg van Jezus wilden bewandelen. Omdat de weg die deze groep gelovigen destijds is gegaan een blauwdruk vormt voor de weg die God met de hele mensheid gaat, kunnen wij veel leren van wat Paulus allemaal aan hen schrijft. De brieven van Paulus zijn echter niet bedoeld om deze één op één te kopiëren naar onze tijd, alsof Paulus over de hoofden van de directe lezers heen, zich met zijn brieven tot ons anno 2021 zou hebben gericht. Deze manier van Bijbel lezen leidt tot allerlei speculaties, waarbij we voorbij gaan aan wat de Geest van God in deze tijd specifiek gericht op onze situatie duidelijk wil maken. Waarom zou Gods Geest, die ook persoonlijk tot ons spreekt, daar een omweg via de Bijbel, die in een hele andere tijd en context is geschreven, voor gebruiken? Dit is echter vaak wel de manier waarop (Bijbelgetrouwe) christenen met de Bijbel omgaan. Hierdoor ziet men over het hoofd dat Paulus met iedere letter die hij schreef een concrete boodschap had voor zijn toehoorders destijds.

Hetzelfde geldt voor het boek Openbaring. Ook dat wordt vaak gelezen alsof het een rechtstreekse boodschap van God aan mensen is die eeuwen later zouden leven. In het boek Openbaring wordt in apocalyptische taal de strijd tussen vlees en Geest beschreven, die in de tijd waarin de Romeinen Jeruzalem hebben veroverd en de tempel hebben verwoest (de grote verdrukking), tot een hoogtepunt was gekomen. Bij de zogenoemde ‘dags des oordeels’ (krisis = scheiding maken) ging het om het scheiden van vlees en Geest. De ‘mensen van de Weg’ wandelden in de Geest en zei werden door de ‘opname in heerlijkheid’ gescheiden van degenen die naar het vlees wandelden. Deze ‘oordeelsdag’ die destijds heeft plaatsgevonden is ook een schaduw van het grotere plan van God met de hele mensheid. Uiteindelijk zal al het kaf van het koren gescheiden gaan worden op aarde. De vleselijke handel en wandel van de hele mensheid, hetgeen zich vertaald in de duisternis op aarde, zal uiteindelijk definitief verdwijnen, waardoor allen in de Geest zullen gaan wandelen. Alles is immers uit God, door God en tot God (Romeinen 11:36) en God zal zijn alles en in allen (1 Korintiërs 15:28).

Dan nog iets over het gedeelte uit 1 Tessalonicenzen 4:15-17, waar men de leer van de opname aan ontleent. Ook dit gedeelte was destijds een concrete boodschap aan de christenen die toen leefden. Zij hebben hetgeen Paulus hier beschrijft zelf ook meegemaakt. In het betreffende gedeelte schrijft Paulus over de ‘komst van de Here’, hetgeen aan de opname zal vooraf gaan. Allereerst zijn we geneigd om bij ‘de Here’ te denken aan de fysieke verschijning van Jezus van Nazareth en als gevolg hiervan ons de (weder)komst voor te stellen als het moment waarop Jezus weer in een fysiek lichaam op aarde zou verschijnen. Als Paulus echter over ‘de Here’ schrijft, dan gaat het hem juist niet om de fysieke verschijning van Jezus van Nazareth.

De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid. …, immers door de Here, die Geest is.” (2 Korintiërs 3:17,18b)

Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees. Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer.” (2 Korintiërs 5:16)

Het ging Paulus bij ‘de Here’ dus om de verheerlijkte Heer, de Christus.

Daarnaast spreekt Jezus zelf in zijn eindtijdrede over de komst van de ‘zoon des mensen’ (Matteüs 24:27). Bij deze uitdrukking vanuit het Aramees gezien, de taal waarin Jezus sprak, gaat het om ‘de mens als zodanig’. De mens zoals God haar/hem bedoeld heeft. De mens die als zoon/dochter van God openbaar wordt op aarde. Zodra de Here, die Geest is, het Licht van Christus, gaat schijnen op aarde en er weer zonen en dochters van God openbaar gaan worden, is de ‘(weder)komst van de zoon des mensen’, de komst van de mens als zodanig, een feit! Dit heeft plaatsgevonden in de eindtijd van het oude verbond, de periode van de grote verdrukking voorafgaand aan 70AD. En dit zal opnieuw gaan plaatsvinden dwars door een periode van verdrukking en duisternis op aarde heen. Dit is de ‘wederkomst’ die zowel Jezus als Paulus verkondigden.

Verder is het van belang om te weten dat zowel dood en leven, als sterven en opstanding, in het nieuwe testament betrekking hebben op de geestelijke toestand van de mens; de staat van ons geestelijk bewustzijn. Het nieuwe testament is geschreven door mensen die in de Geest wandelden, die zich de Christus ten volle bewust waren geworden. Vanuit dat perspectief gezien kennen wij niemand meer naar het vlees en is Christus alles en in allen voor ons. Zolang we nog naar het vlees wandelen en ons bewustzijn verduisterd is, is Christus nog niet in ons opgestaan. We zijn dan nog niet tot ‘leven’ gekomen. Deze mensen worden door Paulus als (geestelijk) ‘doden’ beschreven. Het zijn degenen die ‘ontslapen’ zijn, omdat ze nog niet tot ‘opstanding’ zijn gekomen. Zodra iemand door wedergeboorte tot (geestelijk) ‘leven’ komt, wandelt men in de Geest.
Het zaad van ‘Christus in ons’ zal eerst moeten ‘sterven’ (de staat van het verduisterde bewustzijn) voordat het tot ‘opstanding’ (wedergeboorte) kan komen in ons leven. Dit is het mysterie waar Paulus meerdere keren over heeft geschreven (zie o.a. Kolossenzen 1:26,27).

Als we het voorgaande allemaal in ogenschouw nemen dan komen we tot de volgende parafrase/interpretatie van het gedeelte uit 1 Tessalonicenzen 4:15-17.

Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, die als geestelijk levenden (de wedergeborenen) naar de komst des Heren zijn overgebleven (degenen die destijds in de Geest wandelden en als zonen en dochters van God openbaar waren geworden), zullen in geen geval de geestelijk ‘doden’ (degenen die nog een verduisterd bewustzijn hadden) voorgaan, want de Here zelf, die Geest is, zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, neerdalen van de hemel, en zij, die met Christus gestorven zijn (maar nog niet met Christus zijn opgestaan; nog niet als zoon of dochter van God openbaar zijn geworden), zullen eerst (net als ons ‘levenden’) ook tot wedergeboorte komen; daarna zullen wij, die als geestelijk levenden waren overgebleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden (opgenomen worden in heerlijkheid; een verheerlijkt lichaam ontvangen), de Here, die Geest is, tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.

Dit alles heeft dus rond 70AD al een keer plaatsgevonden voor degenen die destijds gehoor hebben gegeven aan het evangelie van het koninkrijk. Dat er onder hen ook mensen waren die nog niet tot wedergeboorte waren gekomen, heeft alles te maken met de weg naar verlossing die bewandeld moet worden. Zodra we ons bekeren, ons omkeren op de weg die naar onze fysieke dood leidt en de weg naar verlossing te gaan volgen, zijn we niet direct wedergeboren. De leerlingen van Jezus die de keuze hadden gemaakt om Jezus op de weg te volgen, zijn ook pas met Pinksteren tot wedergeboorte gekomen.

Zoals al diverse keren aangegeven vormt deze geschiedenis van de eerste christelijke gemeente een blauwdruk voor waar we als mensheid naar uit mogen zien. De gehele mensheid zal volkomen en definitief verlost gaan worden van de vloek van zonde en dood. Het evangelie van het koninkrijk dat we mogen verkondigen is met recht een blijde boodschap te noemen!

Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.” (Openbaring 21:4,5a)

Soli Deo Gloria!

Mocht je door willen praten over de inhoud van deze blog?
Schroom dan niet en neem contact met ons op.

Klik hier om je te abonneren op onze blogs.

Ben je door onze blogs of door een (online) gesprek bemoedigd of heeft het je verder gebracht in je geestelijke groei? Overweeg dan een (kleine) financiële bijdrage, waarmee je ons ondersteunt in onze missie, een nieuwe Reformatie in de christelijke kerk van Nederland. Uw bijdrage is belasting aftrekbaar. Wil je een ander bedrag doneren dan de keuzemogelijkheden hieronder, klik dan hier.

Totaal: € -

Delen van deze blog via social media wordt bijzonder gewaardeerd!

Één reactie op “Hemelvaart, opname en wederkomst”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *